‘DE MAN VAN STAAL MET HET HART VAN GOUD’: IK BEN EEN GROOT KUNSTENAAR

In de bezinningsmaand december bezoek ik de gelauwerde kunstenaar Pietro Berganini (1947) te Blaasebeecke in Vlaanderen, winnaar van de Prix de Drôme 1974. Een knullig bordje op de deur van zijn atelier geeft aan dat ik op het juiste adres ben gearriveerd .

…..knullig bordje…(foto Hollandse Gronden).

Italiaans? Inderdaad. Snel googel ik de betekenis voordat Berganini met een grijns van oor tot oor open doet. “Ha! Een journalist. De tol van de roem! Bienvenuto!” schalt zijn bronzen stem. Uit zijn gegroefde gelaat springen twee felle ogen en een schaterlach tevoorschijn. Een overrompelende verschijning, deze Berganini.

Pietro Berganini (foto Hollandse Gronden)

Onbeschrijflijk rotzooi
We stappen over een een stapel oude kranten zijn domein binnen. “Let niet op de rotzooi, dat doe ik zelf wel”, schatert de kunstenaar. “Ga zitten. Koffie? Espresso? Americano? Macchiato?” Terwijl een witte terriër fanatiek mijn kruis besnuffelt waden we door een onbeschrijfelijke rotzooi naar twee lederen stoelen, één en al craquelé en scheur. “Bobbie, laat dat”, roept Berganini zonder resultaat. Als ik zit vraag ik naar het deurbordje.

Rietveld Academie
“Da’s een heel verhaal”, antwoordt Berganini als hij de koffie brengt. “Je moet weten dat mijn grootvader van vaderskant als schoorsteenveger naar Nederland kwam. Een Italiaanse gelukszoeker. Mijn vader en moeder begonnen Berganini’s IJsbar in Amersfoort. Ze verdienden genoeg om mij te laten studeren. Ik wilde met alle geweld naar de kunstnijverheidsschool in Amsterdam, de latere Rietveld Academie. Dat ze me daar toelieten is een godswonder, want ik kon helemaal niks. Niet tekenen, niet boetseren, niet hakken, niks. Dat is nog steeds zo.” Dat bord bij de deur heeft hij dus zelf gemaakt, constateer ik.

Scheepslassers
“Ik knapte dan ook snel af op de opleiding. Dan moest je weer een peer natekenen, dan weer een appel. Ik liep weg en begon op een uithoek van een scheepswerf vlak buiten de stad constructies te bouwen van oud roest en stukken reststaal die ik kreeg toegeworpen door de scheepslassers. De mannen lachten me uit, maar ze mochten me wel. ‘De man van staal’ noemden ze me spottend. Die hou ik erin, dacht ik. Met een hart van goud voegde ik er zelf aan toe, want ik ben een ontzettend goeie vent, al zeg ik het zelf. Hahahaha! Die eretitel heb ik naast mijn deur gespijkerd. In mijn moedertaal, want anders snappen de mensen wat er staat en denken ze dat ik gek ben. Dat klopt natuurlijk, maar dat hoeft niet iedereen te weten. Hahahaha!”

Geen seconde spijt
“Waar was ik gebleven? O ja, die werf. Mijn werk had geen enkele betekenis en mooi was het ook niet. Het leek nergens naar. Toch had ik succes, ik heb heel wat oud roest verkocht aan halfgare kunstverzamelaars met teveel geld. Maar het was een doodlopende weg, dat voelde ik wel. Dus ik besloot opnieuw te beginnen en trok in bij mijn Belgische vriendin om me op mijn toekomst te bezinnen. Zo ben ik hier terecht gekomen. Vijftig jaar geleden alweer godsamme, maar ik heb geen seconde spijt gehad. België is het meest inspirerende land dat ik ken.”

Populaire, begrijpelijke beeldtaal (foto Hollandse Gronden)

Onvermoeibare speurders
“Ik dacht tien jaar na op kosten van mijn vriendin en toen wist ik het. De inspiratie lag om de hoek, in de populaire stripcultuur die de Belgen tot een grote hoogte hebben gestuwd. Ik stuitte op Hergé, die hier vlakbij heeft geleefd en begraven ligt. Aan hem dank ik mijn populaire en begrijpelijke beeldtaal. Kun je zelf niks? Leen dan van een ander en maak er iets nieuws van. Om mijn part noem je het conceptuele kunst. Dat is de gedachte, dat is het idee. Omdat ik altijd op zoek ben naar de waarheid, naar hoe alles in elkaar steekt, belandde ik bij de onvermoeibare speurders Jansen en Janssen. Ook altijd op zoek, al weten ze zelf niet waar naar en weten we allemaal dat ze nooit iets gaan vinden. Te onnozel en te zelfingenomen! Ik zeg zelfs meer: te onnozel te zelfingenomen! Hahahaha!” Berganini slaat zich op de knieën van pret.

Heilloze weg
“Ik kocht duizend miniatuurreplica’s van J&J – Jansen en Janssen. Je kunt ze hier in elke speelgoedwinkel kopen. Daar bouwde ik voorstellingen mee. Ik hoefde niet meer te doen alsof ik zelf kon schilderen of beeldhouwen, ik hoefde me nergens meer voor te schamen. En wat denk je? Opnieuw sloeg het succes onverbiddelijk toe. Ik denk omdat ik de wereld een spiegel voor hou. Kijk, zo zit het in elkaar, dit is de heilloze weg die wij sukkels bewandelen. Dat is mijn boodschap.”

MoMA en Tate
“Laat ik als voorbeeld een van mijn vroegste J&J-werken nemen. We zien een wild beest dat zojuist een detective heeft verorberd. Zijn huid is gehavend, zijn staart afgekloven, hij loopt op een kale vlakte. Geen groen te bekennen, alle natuur is door de mens gewist. Het dier lijdt, want zijn habitat is hem ontnomen. Maar wie zijn er bang? Niet het beest, maar degenen die in hun heilloze zoektocht naar altijd maar meer de aarde kaal en onherbergzaam hebben gevreten, zodat de dieren uitsterven en wijzelf stikken in ons beton en onze zogenaamde welvaart. Dit is een prototype, de mansgrote versie staat in het MoMA. Tate en MoMA hebben elkaar de tent uitgevochten om het te mogen kopen.”

Grote Markt te Ukkel
“Een ander meesterwerk, al zeg ik het zelf, wordt binnenkort geplaatst op het de Grote Markt in Ukkel. Het is aangekocht ter gelegenheid van het 400-jarige bestaan van de universiteit. Aanschouw deze miniatuur, waarvan as we speak een kopie wordt gemaakt waarop deze poppetjes twee meter hoog worden. Meer dan levensgroot. Wij zien een groep J&J’s een monument voor zichzelf onthullen. Bedenk zelf maar eens wat dit symboliseert.

Binnenkort op de Grote Markt van Ukkel: navelstaren met de rug naar de wereld (foto Hollandse Gronden)

“Ik zou het niet weten.”

“Geen idee? Was ik al bang voor. Deze beeldengroep symboliseert de navelstarende, zelfingenomen mens. Zolang wij onszelf zien als het centrum van alles, monumenten ter ere van onszelf oprichten en met de rug naar de wereld staan, stevenen we reddeloos op onze ondergang af. Ikke ikke ikke, maar wie gaan stikken? Wijzelf! Kun je je voorstellen wat voor impact dit zal hebben op de passanten? Weet je wie dit vooral fantastisch gaan vinden? Kinderen. Die snappen zoveel meer dan volwassenen. Jij begreep het immers ook al niet.” Opnieuw slaat hij zich op de knieën en buldert zijn lach.

.(foto Hollandse Gronden)

“En dan hebben we nog deze kooi! Loop mee.”
Ik volg hem naar een serre, opnieuw hinderlijk in het kruis gesprongen door zijn terriër.
“Kijk die drie chimps daar zitten. Tien centimeter hoog, als triootje kant en klaar gekocht bij een bloemist. Ik heb ze in de 3D-printer laten gooien, manshoog uitgeprint en er een kooi omheen getimmerd. Verkocht aan Guggenheim Bilbao. Een gouden kooi, meneer de journalist, waar wij apen, want meer zijn we niet, onszelf in hebben opgesloten. We zien niks, we horen niks, en mochten we toch iets zien of horen dan zeggen we er niks van. Dat is de leer van Confucius, in zijn tijd misschien wijsheid, maar nu het einde nadert allang niet meer. Mene, mene tekel, upharsin!!!! Ben je bekend met de bijbel? Nee, ‘t zal wel weer niet. Nou, zoek het dan maar op. Wij staan op de drempel van onze ondergang. Het is een groot voorrecht daarover te mogen berichten.”

(ontwerp Albertino Radifatti, foto Hollandse Gronden)

Als laatste toon ik je een vrolijker werkstukje, vervaardigd ter ere van het MeToo- Tijdperk. Man zoekt vrouw, heet het. Maar wat zoeken die mannen precies? Juist, ze richten hun pijlen op, nou kijk zelf maar waar de schietschijven zitten. Ik heb haar op een spiegel gezet, zodat we alles goed kunnen zien. Tietekut tietekut tietekutkutkut, is dat niet dat liedje? Nou, dat zingen de mannen over de hele wereld. Als bonus bij de seks willen ze de vrouw ook nog als werkezel. Pleeborstel, afwasborstel en hoe die andere borstels mogen heten. En aan de leiband, want protest wordt niet getolereerd. Geen handen en geen benen, want ze mogen niet weglopen of terugslaan. Wat niet betekent dat ze de handjes niet moeten laten wapperen of met de benen wijd moeten. Dit is veel erger dan die MeToo-mannen met macht die zo nu en dan eens een beetje handtastelijk zijn. Wat ik hier verbeeld is het structurele geweld van mannen tegen vrouwen. Ook van doodgewone mannen. Als het niet zo treurig was moest je er om lachen.” Wat hij vervolgens luidruchtig doet.

(Foto: Hollandse Gronden)

Is dit ook al aangekocht door een museum?
“Nee, maar ze staan te dringen. Ik heb alleen een klein probleem. Die etalagepop heb ik laten beschilderen door een bevriende amateurschilderes, maar nu eist ze de helft van de verkoopprijs. Dan heb je het wel over ettelijke tonnen, dus dat gaat niet gebeuren. Dit is ideeënkunst, geen amateurkunst. Dan moet de ontwerper van het bordje Man zoekt Vrouw zeker ook een ton hebben. Te zot voor woorden. Dat is overigens mijn goede vriend Albertino Radifatti, een gerenommeerde grafisch ontwerper.”

Foto: Hollandse Gronden

Mag ik een brutale vraag stellen?
“Graag”.

Wat als iemand zegt dat u geen kunstenaar bent maar een gemankeerde profeet die hel en verdoemenis preekt met tot op het bot afgekloven boodschappen? Dat u geen kunst maakt maar een verneukact opvoert met gestolen beelden en daarmee binnenloopt over de ruggen van de echte makers? ”

De hond wordt onrustig als Berganini rood aanloopt en gaat verzitten. Kennelijk was dit een voltreffer. Maar hij herstelt zich snel. “Ja, hallo, ik kan het ook niet helpen dat anderen hier grof geld voor over hebben. Rembrandt zou zelf nooit 175 miljoen vragen voor De Vaandeldrager, knoop dat in je oren. Bedenk dat er ontzettend veel talent rondloopt op de wereld dat als de beste kan tekenen, schilderen, boetseren en beeldhouwen waar niemand op zit te wachten. Bij míjn werk blijven de mensen staan en ze praten erover. Spraakmakend heet dat en dat vinden musea belangrijk. Waarom zou ik het beter weten dan museumdirecteuren die de kunst van de wereld in de kontzak hebben zitten? Dat zou toch arrogant zijn, niewaar? Ik ben een groot kunstenaar! Stel je voor wat een impact zo’n kunstwerk op de Grote Markt in Ukkel zal hebben. De mensen zullen erom lachen en erover discussiëren, kinderen mogen vrijuit tussen de J&J’s door rennen, ze mogen er zelfs ín klimmen. Het plein gaat leven en zal nooit meer hetzelfde zijn. Wie dit een verneukact noemt, heeft er niets van begrepen. Het idee alleen al, hoe kom je er op? Donder nou maar op en vlug een beetje!”

Blikken dominee
Als hij dit zegt gaan Bobbies haren recht overeind staan, grommend ontbloot het beest zijn tanden. Ik sta voorzichtig op uit mijn stoel en loop met een grote boog om de hond heen naar de deur, uit vrees dat het mormel nu een doortastende hap uit mijn kruis gaat nemen. “Bobby, hier!” roept Berganini. Als ik opgelucht buiten sta prijs ik me gelukkig dat ik met mijn telefoon een paar foto’s heb kunnen maken als bewijs van zijn bedriegerijen.

Man van staal? Een blikken dominee is-ie. Hart van goud? Klatergoud is het. Een pseudoloog-fantast van de ergste soort, deze Pietro Berganini.

4 reacties

Naar het reactie formulier

    • Ollo Steenhuizen op 26 december 2021 om 21:04
    • Reageer

    Vergeef mij redacteur dat ik reageerde met foute informatie. De gemeente Blaasebeecke berichtte mij, met excuses, dat mij de verkeerde informatie werd doorgezonden. Want Piedro zijn naam is geen Piedro en geen Pietro, maar Pjotr. Pjotr Berganini. Zo wordt men met gegevens van de ambtenarij op het verkeerde spoor gezet. Wees niet verbaasd dat in de toekomst blijkt dat dit een pseudoniem blijkt te zijn.
    Met vriendelijke groet,
    Uw kunstbeschouwer.

    • Ollo Steenhuizen op 26 december 2021 om 14:27
    • Reageer

    Nu de bevalling van de Great Influencer achter de rug is, is dat de juiste uitdrukking?, een reactie van een betrokken consument van Zijzee. De indruk bestaat dat de redacteur van het blad hardvochtig negatief is in de beschrijving van Piedro Berganini en zijn kunst. Onderzoek bij de Burgelijke stand toont aan dat Berganini wel degelijk Piedro als voornaam draagt en geen Pietro. Deze naam met zijn faam is al 50 plus jaren geregistreerd, zo ook nu te Blaasebeecke. Beste redacteur wees s.v.p. niet al te cynisch ten aanzien van de scheppingen van PB. Een goed verstaander begrijpt toch de impact van het gebodene. De man van staal met het hart van goud leeft en zal blijven leven in zijn werk. Wat binnen in zit laat zich niet gauw verwijderen. En graag enige woke voor de achtergestelde positie van de artista.
    Een literatuurcriticus.

    • Boudewijn Chorus op 24 december 2021 om 16:48
    • Reageer

    Heerlijk verhaal weer, Piter. Ik wilde juist bijdragen aan het ontrafelen van de identiteit van deze bijzondere Berganini, maar zag dat DD me voor was. En terecht! Geheel eens ook met diens wens: laat ons ook in het nieuwe jaar meegenieten van je avonturen, al dan niet gestaafd door lieden van gezag uit Ukkel of andere oorden.

    • Dirk Dragstra op 24 december 2021 om 12:48
    • Reageer

    Het duurde even – ondanks vroege aanwijzingen (1947!) – voor ik het door begon te krijgen. Pas bij Jansen en Janssen viel het kwartje. Mogen ze je nog lang begeleiden op je levenspad, Pietro Berganini, Daar komt-ie uit de mouw: beeldkunstzinnig alter ego van onze woordkunstenaar himself. Maar het voert te ver om jezelf weg te zetten als pseudoloog-fantast, beste Piter. Ga vooral voort op de ingeslagen weg en bezorg ons ook in 2022 nog menig kwartier leesplezier.

Laat een reactie achter aan Dirk Dragstra Reactie annuleren

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.